Ongebreidelde natuurclaims op landbouwgrond
Inleiding
Recent lekte een 80 % versie uit van het Natuurplan dat LVVN aan het schrijven is in samenwerking met medeoverheden. Het schrijven van een Natuurplan is een verplichting die voortvloeit uit de Europese Natuur Herstel Verordening (NHV). Op 1 september moet een concept Natuurplan bij de Europese Commissie zijn ingediend; het definitieve Natuurplan moet een jaar later klaar zijn.
Ondanks het feit dat Nederland (minister Van der Wal) tegen de NHV heeft gestemd, is de Verordening met een zeer krappe meerderheid aangenomen en dus moet Nederland voldoen aan de verplichtingen uit de NHV.
Daar waar de vorige bewindslieden nog spraken over een zo sober mogelijke invulling van de NHV, lijkt bij het huidige kabinet – op basis van lezing van de 80 % versie – weinig over van die benadering.
Natuurclaims
In de 80 % versie wordt gesproken over 450.000 tot 850.000 hectare extra landbouwgrond die per 2050 nodig zou zijn om de doelen te realiseren. Daarbij wordt verwezen naar het niet meer bestaande NPLG en de recente verkenning van het PBL.
In het PBL-rapport van oktober 2025 wordt gezegd dat het areaal natuurgebied met 20 tot 30 % moet toenemen om de doelen voor natuur, waterkwaliteit en klimaat binnen bereik te krijgen. Het PBL schetst in haar rapport twee scenario’s: een intensief-technologische en een natuur inclusief scenario.
In het intensief technologische scenario moet naast de al geplande 50.000 hectare nog 150.000 hectare landbouwgrond een natuurfunctie krijgen. In het natuur inclusieve scenario is dat 100.000 hectare.
Daarnaast zal in het intensief technologische scenario bovenop de al geplande 100.000 hectare extensivering nog eens 100.000 hectare extra landbouwgrond geëxtensiveerd moeten worden. In het natuur inclusieve scenario is dat maar liefst 650.000 hectare.
Samengevat luiden de claims als volgt:
| Scenario’s PBL | Geplande extra natuur | Geplande extra extensivering | Extra natuur | Extra extensivering | Totaal |
| Intensief technologisch | 50.000 | 100.000 | 150.000 | 100.000 | 400.000 |
| Natuur inclusief | 50.000 | 100.000 | 100.000 | 650.000 | 900.000 |
In het licht van het feit dat Nederland momenteel circa 1.800.000 hectare landbouwgrond omvat, is in deze scenario’s sprake van het uitfaseren van gangbare land- en tuinbouw in een belangrijk deel van Nederland.
Dat het deze kant opgaat blijkt ook uit de Natuur Doel Analyses uit 2023 en het oordeel van de Ecologische Autoriteit daarover. Gesproken wordt over de noodzaak om ecologische verbindingszones aan te leggen tussen Natura 2000 gebieden om doelen te realiseren.
Het blijkt ook uit de op 12 januari door de voormalige Staatssecretaris vastgestelde Nieuwe Natuurdoelen. Deze Nieuwe Natuurdoelen zijn begin februari 2026 geruisloos op de website van Natura 2000 geplaatst. Vrijwel geen enkel medium heeft hier aandacht aan besteed. Hetzelfde geldt voor de politiek. In het document is een concrete invulling gegeven aan de verbeterdoelstellingen uit de aanwijzingsbesluiten m.b.t. de Natura 2000 gebieden. Op zichzelf een terechte exercitie, want in de aanwijzingsbesluiten waren die verbeterdoelen tot nu toe alleen met een + (plusteken) aangegeven; zowel voor oppervlakte als voor kwaliteit. Die verbeterdoelen zijn hiermee concreet gemaakt. Echter, als je de extra oppervlakte doelen bij elkaar optelt dan kom je al gauw op duizenden hectares landbouwgrond uit. En dat allemaal onder mom van doelen realiseren.
Doelen realiseren
De angel in deze kwestie zit in de woorden “doelen realiseren”. Feit is dat het vaststellen van de doelen, de invulling hiervan, én de beoordeling of de doelen zijn (of kunnen worden) behaald, volledig en eenzijdig vanuit ecologisch-wetenschappelijk perspectief worden bepaald. Volgens zowel de ecologen van de LVVN als de rechterlijke macht (inclusief de Raad van State) hoort dit ook op deze manier te gebeuren.
De habitatrichtlijn kent weliswaar waar artikel 2 lid 3 waarin gesproken wordt over een sociaaleconomische toets, maar dit betreft enkel de maatregelen om doelen te halen; dus niet de doelen zelf. Om deze reden zijn enkele jaren geleden bij het veegbesluit, waarbij “vergeten doelen” zijn toegevoegd aan de aanwijzingsbesluiten, alle bezwaren door de RvS van tafel geveegd.
Probleem is dat de Brusselse regelgeving (habitatrichtlijn, vogelrichtlijn en natuur herstel verordening) niet of nauwelijks mogelijkheden kennen om sociaaleconomische en macro-economische belangen mee te wegen bij het vaststellen van doelen. Deze “weeffout” in de regelgeving loopt niet alleen de land- en tuinbouw, maar de hele Nederlandse economie voor de voeten, vanwege de consequenties van de doelen (opofferen vruchtbare grond en externe werking).
De grote vraag is welke positie de Nederlandse overheid hierin wil innemen. Legt ze zich neer bij de situatie onder het mom van “het is nu eenmaal zo” en accepteert ze de enorme consequenties daarvan voor onze (materiële) welvaart, of gaat de Nederlandse overheid bij Brussel aan de bel trekken om deze weeffout te herstellen. En wat gaat EU Commissaris Hansen, die het belang van voedselproductie van groot belang vindt, hieraan doen?
Naschrift
Via de media krijgen steeds meer Nederlanders het idee dat de land- en tuinbouw maar een tamelijk geringe bijdrage levert aan onze welvaart. Onze “vrienden” van VNO-NCW en ook het ministerie van EZ doen graag aan deze framing mee. Denk ook aan het rapport van oud ASML CEO Wennink, waarin de melkveehouderij geringschattend wordt neergezet als een sector die slechts 0,4% bijdraagt aan het BBP.
Niets is minder waar. De bijdrage van de primaire sector land- en tuinbouw aan het BBP is weliswaar slechts 1,4% maar de bijdrage van de agribusiness in totaal is bijna 7%. En zonder primaire sector is er geen agribusiness. Nog pregnanter wordt het als de bijdrage van de agrosector wordt afgezet tegen de totale bijdrage van de maaksector in Nederland. Die is namelijk bijna 30%. Voorwaar een kurk waar de Nederlandse economie op drijft. Om over de giga bijdrage van de agrosector aan de betalingsbalans (export) nog maar niet te spreken.