Europese Commissie keurt Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) goed

De Europese Commissie heeft de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) goedgekeurd. Dat is een belangrijke stap voor melkveehouders die op zoek zijn naar perspectief binnen de huidige opgave in de landbouwHet ministerie van Landbouw, Voedselzekerheid, Visserij en Natuurbeheer (LVVN) heeft dit vandaag bekendgemaakt aan de Tweede Kamer. Binnenkort publiceert LVVN de regeling in de Staatscourant. De regeling wordt op 1 juni 2026 opengesteldVoor de regeling stelt het ministerie van LVVN € 627 miljoen beschikbaar. 

De Sem heeft als doel om de emissies van ammoniak en broeikasgassen te verminderen. Daarnaast zal de mestproductie afnemen, waardoor ook de druk op de mestmarkt naar verwachting zal afnemen. De regeling is specifiek voor melkveehouders die willen blijven melken, maar in de problemen zijn gekomen. Hiermee kunnen zij onder gunstige financiële voorwaarden toch investeren in hun bedrijf. 


Toepassing van de Sem
De regeling is vrijwillig en tijdelijk van aard. Deze regeling biedt melkveehouders die klem zitten een concreet handelingsperspectief. Tegelijkertijd draagt de regeling bij aan het verlichten van de druk op de mestmarkt als geheel. We zijn blij dat de Europese Commissie nu goedkeuring heeft gegeven en kijken uit naar de openstelling.

De primaire melkveeorganisaties zien de regeling ook als een onderdeel van een breder pakket. Zo hebben de primairemelkveeorganisaties gepleit voor structurele vormen van derogatie, voor de invoering van een protocol voor gasvormige verliezen en is er een Convenant Verlagen ruw eiwit in rantsoenen melkveebedrijven (Voerspoor) gesloten. Ten slotte is inzet op RENURE eveneens een belangrijk spoor dat bijdraagt aan verlichting van de mestmarkt.

Voorwaarden
Melkveehouders die deelnemen aan de regeling extensiveren hun bedrijf gedurende een periode van drie jaar door minimaal 10% en maximaal 20% van hun melkvee af te bouwen. Daarvoor ontvangen zij een compensatie voor gemiste inkomsten en een vergoeding voor de fosfaatrechten die definitief worden doorgehaald. Na drie jaar is reguliere bedrijfsontwikkeling weer mogelijk en kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen hun veestapel weer te laten groeien, bijvoorbeeld naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien. 

Tegelijkertijd met de publicatie van de regeling in de Staatscourant publiceert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) uitleg over de precieze voorwaarden en werking van de regeling op haar subsidiepagina, inclusief een rekentool. Ook komen er online vragenuurtjes om melkveehouders die interesse hebben goed in staat te stellen te onderzoeken of de regeling voor hen financieel aantrekkelijk is. Daarnaast informeert de RVO accountants over de regeling.

Hoogte subsidie

De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. Ten eerste compensatie inkomensverlies van €1.606,- per melkkoe per jaar. Ten tweede een vergoeding van €110,- per fosfaatrecht voor 100% van de rechten. Dit in tegenstelling tot een marktpartij waarbij de verkopende partij 70% van de rechten kan verkopen. De totale vergoeding bij een gemiddelde melkproductie is dan € 9.757,- per melkkoe. Wij adviseren melkveehouders om dit met de accountant te bespreken en daarbij aandacht te hebben voor de fiscale kant. 

Private ondersteuning
Naast de publieke regeling leveren ook banken een bijdrage. Afhankelijk van hun beleid bieden zij passende financierings- en investeringsmogelijkheden aan deelnemende melkveebedrijven. Daarbij wordt maatwerk toegepast, binnen de geldende bancaire kaders en mededingingsregels. Dit stelt melkveehouders in staat om hun bedrijf verder te ontwikkelen en gericht te investeren in een toekomstbestendige bedrijfsvoering.

De regeling is tot stand gekomen op initiatief van zeven primaire melkveeorganisaties. Agractie, DDB, NMV, LTO Melkveehouderij, NAJK, De Natuurweide en Netwerk GRONDig. De organisaties hebben zich de afgelopen periode gezamenlijk ingezet om te komen tot een praktische en haalbare oplossing voor melkveehouders die vastlopen door de druk op de mestmarkt.

Q&A’s bij de Stimuleringsregeling extensivering melkveehouderij (Sem)

Nr.VraagAntwoord
1Wat houdt de regeling in?• De Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) is een vrijwillige en tijdelijke regeling die wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van LVVN. • Melkveehouders die deelnemen stoten vrijwillig tussen 10-20% van hun koeien af voor een periode van 3 jaar. Ook doen ze afstand van de bijbehorende fosfaatrechten. • Voor het verlies aan inkomsten worden de boeren gecompenseerd, een zgn. extensiveringsvergoeding. Deze vergoeding en de kosten voor het afstand doen   van de fosfaatrechten betaalt de overheid. • Daarnaast zullen deelnemers voor de periode van 5 jaar in aanmerking komen voor gunstiger ‘duurzaamheidsleningen’ en rente- en aflossingsvoorwaarden; de zogeheten investeringsregeling van banken. • Na drie jaar is reguliere bedrijfsontwikkeling weer mogelijk en kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen hun veestapel weer te laten groeien, bijvoorbeeld naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien. Gedurende de extensiveringsperiode kunnen alvast rechten worden aangekocht om te anticiperen op het teruggaan naar het oorspronkelijke aantal dieren. Die mogen gedurende de looptijd van de regeling nog niet worden benut.
2Wanneer wordt de Semopengesteld?De Sem wordt op 1 juni 2026 om 09.00 uur tot en met 29 juli 2026 17.00 uur opengesteld. 
3Waarom is deze regeling er gekomen en op wiens initiatief?• De regeling is een initiatief van primaire melkveeorganisaties.• De regeling verlicht de sectorale emissie-opgaven op het vlak van stikstof en klimaat. Daarnaast neemt de mestproductie af.• De regeling biedt ook individuele boeren een uitweg bij de mestafzet-zorgen en geeft tijd om aan te passen aan een tijdperk zonder derogatie.• De regeling moet voorkomen dat melkveehouders zelf noodgedwongen stoppen vanwege mestafzet-problemen of zich noodgedwongen voor opkoopregelingen melden. • Bijkomend kan de regeling bijdragen aan het  voorkomen dat de mestproductieplafonds worden overschreden. 
4Hoe helpt deze regeling de sector?        Vervolg: Hoe helpt deze regeling de sector?De tijdelijke regeling helpt op meerdere manieren:• De mestproductie neemt af en daardoor de mestafzetkosten. • Het geeft mooie en gezonde melkveebedrijven die nu met hoge mestafzetkosten kampen (vanwege het vervallen van de derogatie om meer dierlijke mest te mogen uitrijden) tijd om aan te passen en doorontwikkelen. • Het is een pas-op-de-plaats waardoor oudere boeren met (te) jonge bedrijfsopvolgers meer tijd hebben om na te denken over de toekomst van hun bedrijf. • Oudere melkveehouders zonder opvolger biedt het een mogelijkheid om minder dieren aan te houden en daardoor indirect ruimte te bieden aan jonge ondernemers.• Het geeft boeren die nadenken om over te schakelen naar een extensievere manier van produceren de mogelijkheid de tijdelijk onrendabele bedrijfsvoering gefinancierd te krijgen en definitief de stap te zetten naar meer extensieve landbouw.• Doordat er via de investeringsregeling van de banken er ook gunstiger financierings- en investeringsmogelijkheden komen, kunnen de deelnemende bedrijven ook door-ontwikkelen en innoveren. Het is cruciaal dat er in de melkveehouderijsector geïnvesteerd wordt. Dat bedrijven in de hele keten lucht en mogelijkheden hebben om door te ontwikkelen, zodat de sector toekomstbestendig blijft.
5Is tijdelijke krimp wel een oplossing voor het mestprobleem?Ja, het helpt melkveehouders de komende jaren door de mestcrisis te loodsen. De regeling is onderdeel van een pakket aan maatregelen van de primaire partijen.  Zoals bv. het voerspoor en een correctie op gasvormige stikstofverliezen uit dierlijke mest. Ook RENURE en hogere mestafzet naar het buitenland dragen bij aan verlichting van de mestmarkt.
6Om hoeveel koeien gaat het potentieel en wat is dat op het totaal?De regeling is mogelijk voor circa 64.000 melkkoeien. Op een totaal van ca. 1,6 miljoen melkkoeien maakt dat potentieel ca. 4% reductie van de melkveestapel.
7Is er wel animo voor de regeling?De regeling is niet voor alle melkveehouders interessant. Dat is ook niet nodig. Voor specifieke bedrijven zoals hierboven beschreven kan het een oplossing bieden om al dan niet tijdelijk minder dieren te houden.
8Wie zorgt voor de uitvoering van de regeling? De RVO verzorgt de uitvoering van de Sem. De banken verzorgen de additionele investeringsregeling.
9Wat zijn de voorwaarden voor deelname? Zodra de regeling in de Staatscourant wordt gepubliceerd, worden alle voorwaarden uitgebreid gecommuniceerd door de RVO. Maar denk aan voorwaarden voor de deelnemende melkveehouderijbedrijven, zoals:• Minimaal 10% en maximaal 20% afstoten van de veestapel.• De fosfaatrechten worden doorgehaald.• Het aantal melkkoeien mag gedurende 3 jaar niet stijgen.• Het aantal overige graasdieren mag gedurende 3 jaar niet stijgen.• Het areaal grasland mag gedurende 3 jaar niet dalen.• Binnen vier weken na ontvangst van de beschikking moeten de koeien weg zijn en de fosfaatrechten zijn doorgehaald.
10Hoe snel weet ik of ik mee mag doen?Uiterlijk 8 weken na inschrijving ontvangt de melkveehouder uitsluitsel.   
11Wat gebeurt er met mijn NB-vergunning als ik deelneem?Niets, aangezien de bedrijfsvoering niet structureel wijzigt. Omdat de bedrijfsvoering hetzelfde blijft, betekent dit dat er geen wijziging is in het project. De vergunde ruimte is daarom na deelname nog benutbaar op basis van de huidige wetgeving en jurisprudentie. Het ministerie van LVVN heeft dit ook met de provincies besproken.
12Als ik deelneem word ik dan vrijgesteld van een eventuele generieke korting mocht het sectorplafond worden overschreden?De primaire melkveeorganisaties zijn nog in afwachting op een toelichting van het ministerie over de exacte wijze waarop een eventuele generieke korting toegepast wordt. Nadere informatie volgt. 
13Ik doe mee aan de GLB-regeling Veenweidegebieden mag ik dan ook aan de SEM meedoen?Nee, het stapelen van subsidieregelingen in niet mogelijk. 
Idem voor de regeling Overgangsgebieden N2K.
14Waarom dragen banken bij aan de deelnemende melkveebedrijven?De primaire melkveeorganisaties zijn met banken overeengekomen dat private ondersteuning een belangrijke toevoeging is aan de regeling.
Het private pakket focust op investeringen en op de doorontwikkeling van melkveebedrijven, en dus op de continuïteit van sector en keten. Daarmee vult het private pakket de regeling van de minister aan.
15Hoe dragen banken bij?De investeringsregeling stelt deelnemende melkveehouders in staat om te investeren in de toekomst van hun bedrijf door gedurende maximaal 5 jaar leningen te financieren tegen gunstige financiële voorwaarden. De precieze invulling wordt door de banken uitgewerkt.
16Om welke bedragen gaat het? De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. Ten eerste compensatie inkomensverlies van € 1.606,- per melkkoe per jaar. Ten tweede een vergoeding van €110,- per fosfaatrecht voor 100% van de rechten. Dit in tegenstelling tot een marktpartij waarbij de verkopende partij 70% van de rechten kan verkopen. De totale vergoeding bij een gemiddelde melkproductie is dan € 9.757,- per melkkoe. Wij adviseren melkveehouders om dit met de accountant te bespreken en daarbij aandacht te hebben voor de fiscale kant.  Vanwege de staatssteunkaders is het niet mogelijk om de marktprijs in de week van openstelling te hanteren.

bb712897-e183-4264-aeee-d0df4c61610e