UPLG moet terug naar de tekentafel

Klik hier voor de Zienswijze van Agractie Nederland op het Ontwerp UPLG Provincie Utrecht

Samenvatting

Deze zienswijze van Agractie Nederland betreft het Ontwerp Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Agractie concludeert dat het plan voorbarig, juridisch kwetsbaar en onvoldoende onderbouwd is. Het voorgestelde stikstofbeleid zal de vergunningverlening niet lostrekken en is gebaseerd op ondeugdelijke uitgangspunten zoals de huidige Natuur Doel Analyses en de berekende overschrijding van Kritische Depositiewaarden. Daarnaast ontbreekt een evenwichtige belangenafweging tussen natuur, water, bodem en klimaat enerzijds en de agrarische sector, voedselproductie en leefbaarheid van het platteland anderzijds. Agractie pleit voor een alternatieve aanpak met significantiestroken, monitoring in plaats van modelsturing, vrijwillige maatregelen en behoud van economisch en maatschappelijk perspectief voor boeren en tuinders.

1. Aanleiding en context

Agractie heeft gekozen voor één integrale zienswijze op alle documenten die samenhangen met het UPLG. Agractie wijst erop dat Utrecht de enige provincie is, die is doorgegaan met planvorming na het vervallen van het NPLG. Volgens Agractie is dit prematuur zolang nieuwe landelijke kaders ontbreken.

2. Het stikstofslot en juridische beperkingen

Het stikstofplan in het UPLG kan de vergunningverlening niet herstellen. Artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn blijft leidend, waarbij elke depositie boven 0,005 mol juridisch als significant geldt. Op basis van de jurisprudentie, zoals de 18 december 2024 uitspraak van de Raad van State, is het uiterst onwaarschijnlijk dat emissiereductie binnen afzienbare tijd kan/mag worden ingezet voor vergunningverlening.

3. Rekenkundige ondergrens

De door de minister van LVVN aangekondigde rekenkundige ondergrens biedt ruimte om handhaving van PAS melders – en andere agrarische bedrijven zonder adequate vergunning – uit te stellen. Agractie vraagt zich af waarom Utrecht deze mogelijkheid niet benut in afwachting van landelijke kaders voor het te voeren stikstofbeleid. Het stikstofplan in het UPLG wekt op zijn minst de indruk dat het ene bedrijf emissie moet reduceren om het andere bedrijf te redden. En dat terwijl dat andere bedrijf in de problemen is gekomen door overheidshandelen.

4. Alternatief: significantiestroken

Agractie stelt significantiestroken van 250 meter rond stikstofgevoelige habitats voor. Binnen deze stroken geldt vergunningplicht, daarbuiten niet. Dit is wetenschappelijk onderbouwd en juridisch uitvoerbaar en kan worden geregeld met een aanpassing van het Besluit Activiteiten Leefomgeving.

5. Emissiereductie met perspectief

Binnen de stroken is op vrijwillige basis een aanzienlijke emissiereductie mogelijk met: innovatie, extensivering, verplaatsing, omschakeling of beëindiging met compensatie. De gronden moeten wel in agrarisch gebruik blijven. Buiten de stroken moet de focus liggen op managementaanpassingen, innovatie en best beschikbare betaalbare technieken. Eveneens op vrijwillige basis.

6. Bufferzones 

De provincie hanteert zowel in als rondom Natura 2000gebieden (bufferzones) een veel te rigide beleid met vergaande beperkingen wat betreft het gebruik van dierlijke mest kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Zelfs het begrip onteigening wordt in dit verband niet geschuwd. Dit roept vragen op over proportionaliteit en provinciale bevoegdheden in relatie tot de Meststoffenwet.

7. Ondeugdelijke basis van het stikstofplan

Het stikstofplan in het UPLG is gebaseerd op NDA’s die vooral leunen op modelberekeningen en KDW’s. Uit de rapporten blijkt dat veel informatie ontbreekt, bijvoorbeeld over de referentiesituatie. Dat er op grote schaal sprake zou zijn van verslechtering is uit de rapporten niet af te leiden. Zelfs de Ecologische Autoriteit erkent ernstigetekortkomingen wat betreft de NDA’s. Toch vormen deze NDA’s de basis voor vergaande ingrepen zoals onteigening en normering.

8. Economische en maatschappelijke gevolgen

Het UPLG leidt tot minder voedselproductie, verlies aan werkgelegenheid en aantasting van de leefbaarheid van het platteland. Dit staat in schril contrast met de roep om voedselzekerheid. Artikel 2 lid 3 van de Habitatrichtlijn, waarin staat dat maatregelen gericht op de instandhouding van de natuur, sociaaleconomisch en cultureel getoetst moeten worden, is niet toegepast.

9. Water, bodem en klimaat

In de ogen van Agractie zet de provincie bovenwettelijke koppen op Europees beleid. Dat geldt met name de gewenste peilverhoging in veenweidegebieden, maar ook in de beekdalen in het oosten van de provincie is sprake van provinciale koppen. Peilverhoging in de veenweidegebieden bemoeilijkt bedrijfsvoering, emissiereductie en weidevogelbeheer. Het weer laten meanderen van beken en het in verband daarmee aanleggen van een bufferstrook is een provinciale kop.

10. Gebrek aan integrale afweging

Utrecht loopt vooruit op landelijke besluitvorming, wijst nieuwe natuur aan zonder landelijk vastgestelde doelen en heeft geen volledige sociaaleconomische impactanalyse uitgevoerd, laat staan een brede belangenafweging gemaakt. Het weer bieden van perspectief aan de agrarische sector is wat dat betreft niet meer dan een holle kreet.

Conclusie en oproep

Agractie Nederland concludeert dat het Ontwerp UPLG in de huidige vorm niet kan worden vastgesteld. Het plan is juridisch kwetsbaar, inhoudelijk onvoldoende onderbouwd en biedt geen oplossing voor het stikstofslot. Daarnaast ontbreekt een evenwichtige belangenafweging tussen natuur, water, bodem en klimaat enerzijds en de agrarische sector, voedselproductie en leefbaarheid van het platteland anderzijds. Agractie roept de provincie Utrecht op het UPLG terug naar de tekentafel te sturen en te werken aan een juridisch houdbare, wetenschappelijk onderbouwde en maatschappelijk verantwoorde aanpak.

Klik hier voor de Zienswijze van Agractie Nederland op het Ontwerp UPLG Provincie Utrecht

agractie-web-natuur-stikstofbeleid