Reactie Agractie Nederland op het rapport van Ros, de Heij en de Vries e.a.
Van verbinding naar verwarring
Het rapport van Ros, de Heij e.a. wordt omarmd door een deel van de politiek maar leidt tot verwarring binnen de veehouderij. En dat is niet wat de schrijvers bedoeld hebben. Agractie betreurt het feit dat het rapport volledig gebaseerd is op het frame dat het slecht gaat met de natuur, dat stikstofdepositie daar de belangrijkste oorzaak van is en dat natuurherstel nodig is. Weliswaar bepleiten Ros e.a. het uit de wet halen van de KDW-doelstellingen en daar staat Agractie achter, maar in plaats van te pleiten voor het sturen op de staat van instandhouding wordt gekozen voor het wettelijk vastleggen van emissiereductiedoelstellingen.
Agractie staat achter de door de auteurs bepleite gebiedsgerichte benadering. Die is effectiever dan een generieke benadering zoals blijkt uit de rapporten van De Heij. Vreemd is het dan wel dat Ros e.a. een totale emissiereductie van tenminste 50 % in 2035 t.o.v. 2019 bepleiten. Je zou verwachten dat die lager zou zijn dan de 42-46% van het kabinet. Positief is ook het pleidooi om met spoed een rekenkundige ondergrens van 1 mol in te voeren en een generaal pardon toe te kennen aan PAS melders.
De gebiedsgerichte benadering van Ros e.a. leidt ertoe dat in “de rest van Nederland” “slechts” een emissiereductie van 25-30% t.o.v. 2019 nodig is. Hierbij doet zich de vraag voor wat met de “rest van Nederland” wordt bedoeld. De andere kant van de medaille is dat er in zones van 500 meter vanaf stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden 80% reductie moet plaatsvinden en dat er in hot spots, zoals de Gelderse Vallei en gebieden rond de Peel, 50-55% gereduceerd moet worden.
Agractie valt niet alleen over de begrenzing van 500 meter (die is veel te ruim) maar ook en met name over de manier waarop die emissiereductie moet worden gerealiseerd. Binnen de 500 meter zones is veehouderij feitelijk niet meer mogelijk en in de hot spots moet het doel bereikt worden met bedrijfsspecifieke plafonds en afrekenbare doelsturing. Voor Agractie is dat onacceptabel.
Om de vergunningverlening los te trekken bepleit Agractie al jaren de invoering van 250 meter brede significantiestroken. Binnen die stroken dient én compensatie plaats te vinden voor de waardevermindering van grond en gebouwen én dient emissiereductie gestimuleerd te worden met geld (trappetje van Remkes). Buiten de stroken is geen natuurvergunning meer nodig, maar wel – waar effectief – emissiereductiebeleid. En daarbij staat, zowel binnen als buiten de stroken, vrijwilligheid voorop.
Tenslotte vreest Agractie dat de zogenaamde hot spots niet beperkt zullen blijven tot de Gelderse Vallei en gebieden rond de Peel. Dat blijkt uit het pleidooi van de auteurs dat bij elk stikstofgevoelig Natura 2000 gebied in het beheerplan niet alleen een natuurherstelplan moet worden opgenomen maar ook een paragraaf waarin de maximale milieugebruiksruimte staat aangegeven, met als consequentie gebiedsdoelstellingen, bedrijfsspecifieke plafonds en afrekenbare doelsturing.