Provincie Gelderland praat in Ontwerp Omgevingsvisie over perspectief, maar zet landbouw verder onder druk.
Inleiding
Agractie Nederland (soms in Landbouwcollectief verband) heeft eerder brieven gestuurd en zienswijzen ingediend op o.a. het Stikstofreductiegebiedenplan (500 meter zones) en het beleidskader Land- en Tuinbouw van de provincie Gelderland(10/02/2025, 08/03/2025, 23/03/2025,08/05/2025, 07/07/2025, 16/09/2025/ 24/02/2026/ 05/03/2026. Onze daarin gemaakte opmerkingen en kanttekeningen blijven onverkort van toepassing op deze Omgevingsvisie. De onderhavige zienswijze moet daarom mede gezien worden als een aanvulling op eerdere brieven en zienswijzen van Agractie op Gelderse beleidsnota’s.
Land- en tuinbouw moeten blijven inleveren
Op het eerste oog lijkt de provincie Gelderland het goed voor te hebben met de agrarische sector in de provincie. Diverse passages in het rapport lijken daarop te wijzen:
– Robuuste landbouwstructuur
– Rentmeesterschap
– Bijdrage aan de voedselzekerheid
– Voldoende agrarische productie
– Perspectief voor boeren
– Gebieden met hoofdfunctie landbouw
– Belang van agrocluster in de Food Valley (WUR)
Echter wie de moeite neemt om het rapport wat intensiever te bestuderen ziet dat de werkelijkheid anders is:
Allereerst blijkt dat al uit de hierboven staande woorden als “bijdrage” aan de voedselzekerheid en “voldoende” agrarische productie. Die bijvoeglijke naamwoorden zouden kunnen staan voor het op peil houden van de voedselproductie in Gelderland, maar bij het bestuderen van de visie blijkt dat dit allerminst het geval is.
De agrarische sector moet (in)leveren, deels door onttrekking van grond aan agrarisch gebruik (o.a. t.b.v. verbindingszonestussen natuurgebieden), deels door extensivering. Dat leidt ontegenzeggelijk tot minder voedselproductie en dat terwijl het belang van voedselzekerheid toeneemt, enerzijds door de groei van de bevolking en anderzijds door oplopende geopolitiekespanningen.
Niet alles kan altijd overal
De Omgevingsvisie loopt over van ambities op allerlei gebieden. Het doel daarbij is te komen tot vergroting van de “brede welvaart”. In principe is dat een nobel streven. De provincie vergeet echter dat haar inwoners hoogstwaarschijnlijk niet bereid zijn hiervoor materiele welvaart in te leveren.
En dat is wat er nu juist wel gebeurt als de plannen, zoals beschreven in de Omgevingsvisie, werkelijkheid gaan worden. Kennelijk gokt de provincie er op dat minder voedselproductie (meer import) wordt gecompenseerd door hogere bijdragen aan het Bruto Binnenlands Product van andere sectoren. De grote vraag is echter of die andere sectoren (nieuwe – vitale circulaire – economie genoemd) dat kunnen waarmaken. Ook al omdat voor alle maaksectoren geldt dat de afhankelijkheidvan de import van energie en grondstoffen groot is en blijft. Een circulaire economie (als daarmee circulariteit binnen Nederland bedoeld wordt) is overigens een illusie. De Nederlandse economie is gebaseerd op import en export. De agrarische sector is daar het ultieme voorbeeld van.
Agractie vindt het dan ook uitermate riskant om de bijl te zetten in een van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse en Gelderse economie – zijnde de agrarische sector – vanwege de blijkbaar onomstreden opgaves voor natuur, water, klimaat, bodem enz.
Met andere woorden, Agractie is van mening dat in de Omgevingsvisie geen sprake is van een evenwichtige belangenafweging tussen de belangen van natuur, water, bodem en klimaat enerzijds en de belangen van de agrarische sector en voedselzekerheid anderzijds. Niet alles kan altijd overal.
Hoe gaat het echt met de natuur?
Wat betreft de natuur gaat de Omgevingsvisie uit van het narratief dat het slecht gaat met de natuur en dat met name stikstof, maar ook hydrologie en waterkwaliteit, in dat verband de belangrijkste drukfactoren zijn.
Keer op keer heeft Agractie aangegeven dat dit narratief gebaseerd is op ondeugdelijke NDA’s en op de daardoor ondeugdelijke conclusies van de Ecologische Autoriteit daarover. In de NDA’s is niet te vinden of er daadwerkelijk verslechtering heeft plaatsgevonden in vergelijking met het referentiejaar (meestal 2004). En het feit dat de met OPS/Aerius berekende stikstofdepositie boven de KDW ligt wil nog niet zeggen dat er verslechtering plaatsvindt of heeft plaatsgevonden.
Tekenend is dat uit de recent verschenen documentaire van onderzoeksjournalist Robert Ellenkamp naar voren komt dat het in alle onderzochte gebieden op basis van informatie van de beheerders (uit onverdachte hoek dus) goed gaat met de natuur en dat de biodiversiteit toeneemt. Ook in gebieden waarin de KDW op basis van modelberekeningen wordt overschreden.
De provincie zou er goed aan doen om af te stappen van deze modellenwerkelijkheid en op basis van monitoring in het veld nieuwe NDA’s op te stellen die als basis kunnen dienen voor adequate beheerplannen.
Plan Veluwe
In de Omgevingsvisie wordt gezegd dat het Food Valley plan wordt geïntegreerd in het Plan Veluwe. Wat dat laatste plan inhoudt wordt in de visie niet besproken. Wel wordt het stikstofreductiegebieden beleid genoemd. Het gaat hierbij om emissiereductie in zones van 500 meter rondom N 2000 gebieden waaronder de Veluwe. Dus niet rondom N gevoelige habitats maar om het hele grondgebied van de Veluwe. Zoals beschreven in eerdere zienswijzen ziet Agractie niets in dit zoneringsplan van de provincie. Agractie verwijst in dit verband naar haar eigen visie op het stikstofbeleid (zie zienswijze over het stikstofreductiegebieden beleid) waarbij de invoering van significantiestroken van 250 meter langs stikstofgevoelige habitats centraal staat. Met die aanpak kan de vergunningverlening weer op gang worden gebracht.
Nog afgezien daarvan begrijp Agractie niet dat het stikstofreductiegebiedenplan voor de Veluwe niet geïntegreerd wordt in het plan Veluwe, waarvoor de provincie medeverantwoordelijk is. Uit de contouren van dit plan blijkt namelijk dat de consequenties enorm zijn, niet alleen voor die 500 meter zones, maar voor het hele grondgebied van alle 21 gemeenten op en rond de Veluwe, dus het hele gebied tussen IJssel, Rijn, Heuvelrug en Randmeren. Het is voor Agractie onbestaanbaar dat dit niet wordt gecommuniceerd met alle belanghebbenden in dit gebied. Wordt er in het provinciehuis langs elkaar heen gewerkt?
Terug naar de tijd van Ot en Sien
Het mag dan zo zijn dat een deel van Gelderland gekwalificeerd is als gebied met hoofdfunctie landbouw, de vraag is wat dit waard is. Uit de Omgevingsvisie valt wel af te leiden dat de landbouwfunctie in die gebieden prioriteit krijgt maar de vraag is wat voor landbouw, mede gelet op de plannen van de coalitie in Den Haag om te komen met een generieke stikstofreductie in heel Nederland.
Het woord gangbare landbouw komt in de Omgevingsvisie niet voor. De grote vraag is waar gangbare landbouw, zonder al te veel beperkingen, echt de ruimte krijgt. Uit de Omgevingsvisie is dat niet af te leiden.
Een aantal passages in de visie bieden weinig hoop op dergelijke vormen van landbouw in Gelderland
– Stimuleren van ANLB
– Kringlooplandbouw en circulariteit
– 30 % reductie veestapel
– Toename plantaardig “waar dat past”
– Klimaatneutraal in 2050
– Vage passages over verdienmodellen voor agrariërs
– Basiskwaliteit natuur
– Maximale omvang veehouderijlocatie
– Samenwerking met partners (maar de agrarische sector wordt daarbij niet genoemd)
In de ogen van de provincie gaat het hier om “moderne landbouw”. In de ogen van Agractie is hier sprake van een terug in de tijd beleid.
Afsluiting
Agractie wil deze zienswijze afsluiten met eerst een paar positieve opmerkingen over de Omgevingsvisie.
– Compacte verstedelijking (minder ruimtebeslag)
– Tegengaan verrommeling platteland (vrijkomende agrarische gebouwen)
Die positieve opmerkingen doen echter niet af aan de eenzijdigheid van de Omgevingsvisie. Agractie roept Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten dan ook op om de Omgevingsvisie grondig te herzien.
Erik Luiten
voorzitter Agractie Nederland