Feiten boven framing: hoe het debat over gewasbescherming ontspoort

Het debat over gewasbescherming raakt steeds verder verwijderd van de werkelijkheid. Waar boeren zich inzetten voor gezonde gewassen, schoon water en verantwoord middelengebruik, domineren termen als ‘gifspuiters’ en ‘bespoten producten’ het publieke debat. De recente oproep van vier ministeries om te streven naar een evenwichtiger communicatie wordt door milieu- en natuurorganisaties geframed als ‘reclame voor gif’. Een kwalificatie die misplaatst is en vooral dient om verontwaardiging aan te wakkeren – niet om het gesprek op inhoud te voeren.

Complexe problemen vragen om eerlijke informatie

De achteruitgang van insecten in Europa is een reëel en zorgwekkend probleem. Maar het is wetenschappelijk onjuist om die eenduidig toe te schrijven aan landbouwkundig middelengebruik. Overal in Europa, dus ook in grootschalige natuurgebieden waar geen bestrijdingsmiddelen worden toegepast, wordt een vergelijkbare insectenachteruitgang waargenomen. Met name klimaatverandering lijkt een hoofdrol te spelen in de insectenachteruitgang. Bestrijdingsmiddelen spelen natuurlijk ook een rol, maar hebben niet de alles overheersende rol die zij vanuit milieu- en natuurorganisaties toegedicht krijgen.
De rol van bestrijdingsmiddelen verschilt per type en per bron. Het lijkt in relatie tot insecten logisch dat insecticiden het meeste invloed kunnen hebben. Recent onderzoek van de Universiteit van Leiden heeft dit nog laten zien. In de top 10 van overschrijdingen in het oppervlaktewater staan 6 verschillende insecticiden, waarvan er slechts één daadwerkelijk gebruikt wordt in de land- en tuinbouw. Wetenschappers wijzen voor stoffen als Fipronil, Imidacloprid en Permethrin vooral naar toepassingen bij huisdieren, zoals vlooienmiddelen voor honden en katten. Muggenmiddel DEET (humaan gebruik) valt op dit moment nog net buiten de top 10, maar komt eveneens steeds vaker voor in watermetingen en kent een relatief hoge norm. Sowieso zijn de normen voor humane middelen vreemd genoeg veel hoger dan voor bestrijdingsmiddelen. De Europese geneesmiddelenautoriteit (EMA) kijkt puur naar effect op mens en dier en bij de Europese gewasbeschermingsmiddelen autoriteit (EFSA) speelt milieu juist een hoofdrol.

Boeren boeken aantoonbaar resultaat


Het aantal bestrijdingsmiddelen dat in het oppervlaktewater wordt aangetroffen, is sinds 2000 met maar liefst 90% gedaald. Dat weerspiegelt een structurele verbetering in techniek, regelgeving, bewustwording én verminderd gebruik. Het RIVM schat dat circa 75% van de nog resterende 14 ton in het water afkomstig is van landbouw. Ter vergelijking: jaarlijks belandt er 130 tot 140 ton aan medicijnresten in het water en een aanzienlijke hoeveelheid drugsafval – hoeveelheden die blijven stijgen.
Deze feiten ontslaan de sector niet van verdere stappen. Maar ze verdienen wél een plek in het maatschappelijk gesprek. Alleen dan ontstaat er draagvlak voor gerichte verbetering, in plaats van verharding door verdachtmaking.

Veilig voedsel verdient vertrouwen


De roep om ‘gifvrije’ producten is begrijpelijk, maar vertroebelt het beeld van de werkelijke voedselveiligheid. Meer dan 98% van de gemeten residuen op groente en fruit blijft ruim onder de wettelijke normen. Overschrijdingen worden vaker aangetroffen op geïmporteerde producten dan bij binnenlandse teelten. Desondanks blijven sommige NGO’s suggereren dat reguliere producten een gezondheidsrisico vormen – een beeld dat haaks staat op de conclusies van het Voedingscentrum, RIVM en de Gezondheidsraad.

Het is geen toeval dat de ministeries oproepen tot betere duiding. De consumptie van groente en fruit is essentieel voor de volksgezondheid – onnodige angstbeelden staan die boodschap in de weg. Misleidende framing helpt de gezondheid van Nederland niet vooruit.

Weg van het frame – op naar samenwerking

Boeren willen, net als andere burgers, bijdragen aan een leefbaar land, schoon water en biodiversiteit. Ze telen binnen strenge Europese normen. Slechts 4 tot 5% van het areaal is biologisch – niet uit onwil, maar omdat de markt daar beperkt om vraagt. Laten we stoppen met het framen van conventionele boeren als ‘gifgebruikers’, en het gesprek voeren over wat beter kán én waar het al beter gáát.

Dáár zit de sleutel. In samenwerking. In doelgerichte afspraken. En in het erkennen dat ook andere sectoren en burgers verantwoordelijkheid dragen voor de milieubelasting. Dán pas zetten we echte stappen naar een gezonder Nederland.

agractie-akker-nederland